Werken je medewerkers in een magazijn, op de bouw, in een werkplaats of buiten op locatie, dan horen veiligheidsschoenen er vaak gewoon bij. Toch is het kiezen ervan voor veel ondernemers een lastig klusje. De codes op de schoenen zijn niet vanzelfsprekend, de prijsverschillen zijn groot en wie de verkeerde keuze maakt, ziet de schoenen na een paar weken onder de werkbank staan. Hieronder staat op een rij hoe je als werkgever tot een goede keuze komt: eerst de bescherming, dan het comfort.

Wat je als werkgever moet regelen
Het begint bij je risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Daarin breng je in kaart welke risico’s je mensen lopen, zoals vallende voorwerpen, scherpe materialen op de grond, gladde vloeren of nat werk. Blijkt daaruit dat voetbescherming nodig is, dan gelden veiligheidsschoenen als persoonlijk beschermingsmiddel. Die moet je als werkgever kosteloos ter beschikking stellen: de medewerker hoeft er zelf niets voor te betalen. Daar hoort ook uitleg bij over waartegen de schoen beschermt en hoe je hem gebruikt en onderhoudt.
De norm in het kort
Veiligheidsschoenen worden getest volgens de Europese norm EN ISO 20345. De huidige versie stamt uit 2022. Omdat er een overgangsperiode geldt, kom je in de winkel nog schoenen tegen die volgens de oudere versie uit 2011 zijn gekeurd. Elke veiligheidsschoen heeft in elk geval een beschermende neus die bestand is tegen een impact van 200 joule. Daarboven zijn er klassen die steeds meer eisen toevoegen.
De basisklasse heet SB. S1 voegt daar onder meer een gesloten hielpartij, antistatische eigenschappen en schokabsorptie in de hiel aan toe, wat voldoende is voor droge omgevingen. Bij S1P komt daar bescherming tegen doorprikken bij, zodat een spijker of scherp stuk metaal niet door de zool gaat. S2 heeft geen doorprikbescherming, maar wel bovenwerk dat beter bestand is tegen vocht. S3 combineert dat met doorprikbescherming en een zool met grover profiel, en is daarom een veelgekozen klasse in de bouw. S6 en S7 zijn de varianten die bovendien volledig waterdicht zijn.
Sinds de versie van 2022 zie je ook letters als L en S achter de klasse, bijvoorbeeld S1PL of S3S. Die geven aan dat de doorprikbescherming niet van metaal is en met welke spijkerdikte de zool is getest: 4,5 millimeter bij L, 3 millimeter bij S. Werklaarzen die helemaal van rubber of kunststof zijn gemaakt, vallen in de klassen S4 en S5.
Koppel de klasse aan het werk
De eerste vraag is dan ook: welke veiligheidsklasse heb je nodig voor het werk dat je mensen doen? Een orderpicker in een droog, schoon magazijn heeft genoeg aan S1 of S1P. Wie op een bouwplaats werkt tussen puin, spijkers en plassen, kiest eerder voor S3. Staan je mensen regelmatig langdurig in water of modder, dan ligt een volledig waterdichte schoen of laars voor de hand. Twijfel je, laat dan de preventiemedewerker of je arbodienst meekijken. Kies liever niet voor de hoogste klasse voor iedereen: een zwaardere, stuggere schoen dan nodig gaat ten koste van het draagcomfort.
Comfort bepaalt of ze gedragen worden
De beste veiligheidsschoen is de schoen die je medewerker ook om vier uur ’s middags nog aanheeft. Schoenen die knellen, zwaar zijn of warm worden, gaan stiekem uit zodra niemand kijkt. Kijk daarom niet alleen naar de klasse, maar ook naar hoe een schoen loopt als je er de hele dag op staat. Let op het gewicht, de demping in de zool en de pasvorm. Lichtere modellen met een niet-metalen tussenzool zijn voor mensen die veel kilometers maken vaak prettiger. Wie brede voeten heeft, heeft baat bij een model in een bredere leest in plaats van een maat groter.
Laat medewerkers daarom zelf passen, het liefst aan het eind van de dag, als voeten wat dikker zijn. Stel daarbij de vraag die veel vakmensen zich stellen: welke werkschoenen lopen het lekkerst bij het werk dat zij doen? Geef ze ruimte om uit twee of drie geschikte modellen te kiezen. Dat kost iets meer tijd bij de aanschaf, maar levert schoenen op die echt worden gedragen.
Vervangen op tijd
Zelfs de beste veiligheidsschoen gaat niet eeuwig mee. Is het profiel glad gelopen, dan neemt de kans op uitglijden toe; heeft de neus een flinke klap opgevangen, dan is de bescherming niet meer gegarandeerd; en een ingezakte zool vertaalt zich al snel in klachten aan voeten, knieën of rug. Spreek af dat medewerkers beschadigingen melden en controleer de schoenen bijvoorbeeld bij een jaarlijks werkoverleg.
Zo komen veiligheid en comfort samen: een klasse die past bij het werk, een model dat lekker zit en duidelijke afspraken over vervanging. Dan dragen je mensen hun schoenen niet omdat het moet, maar omdat ze er de hele dag goed op kunnen werken.


